ECLI:NL:RBAMS:2017:6365
Rechtbank Amsterdam · 01-09-2017 · zaaknummer AMS 17/2129
Inhoudsindicatie
Heeft verweerder terecht besloten dat eiser geen recht op kinderopvangtoeslag heeft over de uren waarin moeder als enige beroepskracht haar zoon heeft opgevangen op het kinderdagverblijf? De rechtbank oordeelt van niet. De tekst van artikel 1.1 en artikel 1.5 van de Wkkp is duidelijk en volledig. In de relevante periode van dit geding, 2014 tot en met 2016, ontvingen ouders die hun kinderen lieten opvangen op een ouderparticipatiecrèche kinderopvangtoeslag. Daaruit concludeert de rechtbank dat de wetgever niet heeft bedoeld een ouder van een kind dat naar een geregistreerd kindercentrum gaat, waar hij door de ouder die tevens beroepskracht is, wordt opgevangen, geen recht op kinderopvangtoeslag toe te kennen. In dat laatste geval wordt het kind immers ook door de eigen ouder opgevangen en is de opvang met meer waarborgen omkleed dan bij een ouderparticipatiecrèche. Dat geregistreerde kindercentrum is namelijk, in tegenstelling tot de ouderparticipatiecrèche, niet van kwaliteitseisen, zoals de opleidingseisen die worden gesteld aan beroepskrachten, vrijgesteld. Heeft verweerder met het bestreden besluit de voorschotbeschikkingen kinderopvangtoeslag over 2014 en 2015 kunnen herroepen en daarvoor in de plaats definitieve berekeningen over 2014 en 2015 kunnen afgeven? De rechtbank oordeelt van niet. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de Awir nadrukkelijk onderscheid maakt tussen de verlening van voorschotten en de toekenning van een tegemoetkoming, zodat het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming geen wijziging behelst van het besluit tot verlening van voorschotten. Herziening daarvan was op grond van artikel 7:11, tweede lid, van de Awb wel nodig voor volledige besluitvorming. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt verder dat de enkele gegrondverklaring van een bezwaar, zonder dat het primaire besluit wordt herroepen of daarvoor een nieuw besluit in de plaats wordt gesteld, geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Als beroep wordt ingesteld tegen de enkele gegrondverklaring van het bezwaar, dan wordt dit aangemerkt als een beroep, gericht tegen het uitblijven van een besluit op basis van artikel 6:2, onder b, van de Awb.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
