ECLI:NL:RBAMS:2017:6025
Rechtbank Amsterdam · 18-08-2017 · zaaknummer C/13/631307 / KG ZA 17-704
Inhoudsindicatie
Verhuurder hoeft de beëindigingsvergoeding van € 20.000,00 niet te betalen aan de voormalige huurder. Het beroep op dwaling wordt voorlopig gegrond geacht. Aangenomen wordt dat de verhuurder de vaststellingsovereenkomst niet, althans niet onder dezelfde voorwaarden, zou hebben gesloten als hij zou hebben geweten dat de huurder al op 30 november 2016 samen met zijn partner de woning aan de Silodam had gekocht en dat deze, enkele dagen na het overeenkomen van de vaststellingsovereenkomst, op 28 februari 2017 aan hen zou worden geleverd. Zou de verhuurder dit hebben geweten, dan ligt het voor de hand dat hij zich niet bereid had verklaard de huurder een beëindigingsvergoeding van € 20.000,00 te voldoen, maar dat hij in plaats daarvan zou hebben gewacht totdat de huurder de huurovereenkomst zou opzeggen. De huurder had dit alles redelijkerwijs behoren te begrijpen en had daarom de verhuurder hierover moeten inlichten. De door de huurder ten laste van de verhuurder gelegde beslagen zullen worden opgeheven.
Advocaten
- C.A. de Jong
- H.M. Hielkema
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
