ECLI:NL:RBAMS:2017:523
Rechtbank Amsterdam · 01-02-2017 · zaaknummer KG ZA 16-1557
Inhoudsindicatie
“Het is niet op voorhand gezegd dat de bestuursrechter zal oordelen dat tegen het besluit om de sluiting van The Power niet op te heffen en de intrekking van de gedoogverklaring en/of de schrapping van de gedooglijst een onlosmakelijk verband bestaat. Voor eiser brengt dit een onzekerheid mee. Dit betekent dat de voorzieningenrechter in dit geval als restrechter de vorderingen zal beoordelen en dat eiser ontvankelijk is in zijn vorderingen. Eiser heeft terecht de Gemeente Amsterdam in het onderhavige geschil betrokken, nu uitsluitend de burgemeester de beslissingen tot intrekking van de gedoogverklaring en/of de schrapping van de gedooglijst. Deze beslissingen van de burgemeester in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan kunnen worden toegerekend aan de rechtspersoon waartoe hij behoort, te weten de Gemeente Amsterdam. Niet aannemelijk is geworden dat het laatste schietincident op The Power uitsluitend lijkt te zijn ingegeven door misbruik van vorenbedoeld beleid. The Power was immers reeds gesloten ten tijde van het laatste schietincident. Voorts is in de mediaberichten niet naar buiten gebracht dat eiser mee zou werken aan de gestelde voorwaarden voor opschorting van het sluitings- en heropeningsbeleid en evenmin dat The Power heropend zou worden. Het ligt daarom niet voor de hand dat de schutter heeft geweten of redelijkerwijs kunnen weten dat een nieuw schietincident op The Power als bijzondere omstandigheid zou worden aangemerkt op grond waarvan de burgemeester de opschorting van het beleid voor eiser zou laten vervallen en de sluiting voor onbepaalde tijd van The Power conform het reguliere beleid zou worden voortgezet. Gelet op het vorenstaande is onvoldoende aannemelijk geworden dat de burgemeester in redelijkheid niet tot opheffing van de tijdelijke schorsing van het sluitings- en heropeningsbeleid of de sluiting van The Power conform het reguliere beleid heeft kunnen komen, alsmede dat sprake is van schending van een van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voorts moet het beleid ter zake de sluitings- en heropeningsbevoegdheid in die zin worden uitgelegd dat de coffeeshop die gesloten wordt in het kader van artikel 2.7 (thans 2.10) APV van de gedooglijst wordt geschrapt, tenzij blijkt dat de exploitant en/of leidinggevende ten aanzien van de sluiting geen verwijt kan worden gemaakt. Dat uit het politieonderzoek volgt dat er geen aanwijzingen bestaan van enige (persoonlijke) betrokkenheid van eiser bij de beschietingen, zoals hij stelt, is daartoe onvoldoende. Er dient te blijken en in kort geding aannemelijk te worden gemaakt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt ter zake van de beschietingen.”
Rechters
Advocaten
- A. Berends
- K. Roderburg
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
