ECLI:NL:RBAMS:2017:5120
Rechtbank Amsterdam · 07-07-2017 · zaaknummer 629721 / KG ZA 17-585
Inhoudsindicatie
“Het recht op wonen is een essentiële bestaansvoorwaarde. Bij ontbinding van een huurovereenkomst worden er geen hogere eisen gesteld aan de ernst van de tekortkoming en de verwijtbaarheid daarvan, dan in het algemeen het geval is. Een ontbinding van een huurovereenkomst met betrekking tot een sociale huurwoning kan dus worden uitgesproken op de grond dat de huurder het gehuurde niet zelf bewoont, en daarop kan in kort geding worden vooruitgelopen. De enkele omstandigheid dat de huurder het gehuurde tijdelijk niet bewoont rechtvaardigt echter niet zonder meer een ontbinding. Ook de overige omstandigheden van het geval moeten in de beoordeling worden betrokken. De huurder heeft in het onderhavige geval zijn leven onder de loep genomen en onderzocht of hij het roer om wilde gooien. In dat kader heeft hij ongeveer een half jaar niet in de woning verbleven en deze tijdelijk ter beschikking gesteld aan vrienden uit sociale overwegingen en zonder financieel motief. Hoewel hij daarmee zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst heeft geschonden dient er vanuit te worden gegaan dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. Onder deze omstandigheden is de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst onvoldoende ernstig om een ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Dit geldt temeer nu de huurder voor de eerdere inschrijvingen op zijn adres van derden een plausibele verklaring heeft gegeven.”
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
