ECLI:NL:RBAMS:2017:402
Rechtbank Amsterdam · 27-01-2017 · zaaknummer AWB 16/4768
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor het griffierecht van het verzoek om onderbewindstelling afgewezen, omdat de kosten van het griffierecht zijn opgekomen voordat de aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend. In verweerders beleid inzake bijzondere bijstand voor griffierecht is de voorwaarde gesteld dat de aanvraag om bijzondere bijstand binnen een termijn van twee weken na de eerste aanschrijving door de rechtbank in verband met het griffierecht, is ingediend. Eiseres heeft hier niet aan voldaan. Eiseres heeft echter aangevoerd dat er in haar geval sprake is van bijzondere omstandigheden. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiseres naar voren gebracht dat er juist een verzoek tot onderbewindstelling is ingediend omdat zij, noch haar omgeving, in staat is om haar financiële belangen te behartigen. Dit blijkt ook uit het feit dat de kantonrechter het verzoek heeft toegewezen. Daarmee is volgens eiseres ook pas de noodzakelijkheid van de kosten van het griffierecht gebleken. Verder is de bewindvoerder pas na de onderbewindstelling bevoegd om de aanvraag voor bijzondere bijstand namens eiseres in te dienen. De bewindvoerder kan ook pas na de onderbewindstelling goed inzicht krijgen in de financiële situatie van eiseres. Ook om die reden dient eiseres na het opkomen van de kosten voor het griffierecht een langere termijn te worden gegund om daarvoor bijzondere bijstand aan te vragen. Eiseres heeft hierbij verwezen naar paragraaf 9.7.11.6 van het beleid, waarin om die reden voor wat betreft het aanvragen van bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering een termijn van drie maanden na de uitspraak inzake de onderbewindstelling wordt gegund. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze bijzondere omstandigheden geen afwijking van het uitgangspunt van het beleid rechtvaardigen. Beroep gegrond. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en daarbij tevens ingaan op het door eiseres onderbouwde beroep op het gelijkheidsbeginsel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
