ECLI:NL:RBAMS:2017:3790
Rechtbank Amsterdam · 31-05-2017 · zaaknummer 13/706090-17
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat de door verdachte gepleegde feiten het rechtstreekse uitvloeisel en tevens onlosmakelijk gevolg zijn van de exploitatie van de coffeeshop, terwijl het bij dat laatste om een in beginsel gedoogde activiteit gaat, de zogenoemde achterdeurproblematiek. Door de verkoop te gedogen en tegelijk de achterdeur te verbieden ontstaat weliswaar een situatie die tweeslachtig is, maar dat is geen reden om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Aan verdachte wordt art 9a Sr opgelegd.
Advocaten
- A.E.L.M. Fontijn
Officier van justitie
- M.E. Woudman
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
