ECLI:NL:RBAMS:2016:9683
Rechtbank Amsterdam · 21-12-2016 · zaaknummer HA RK 16-405
Inhoudsindicatie
Verzoek toegewezen. Een verdachte heeft het recht om het laatste woord te voeren. Dit recht is fundamenteel, maar niet onbeperkt. De rechter kan volgens jurisprudentie van de Hoge Raad ingrijpen als een verdachte bij het uitspreken van het laatste woord nodeloos in herhaling valt en herhaalt wat ter zitting al is besproken of zaken naar voren brengt die niet dienstig zijn aan de strafzaak. In het onderhavige geval heeft verzoekster tijdens de behandeling van de strafzaak slechts gesproken tijdens het laatste woord. De tekst die verzoekster heeft kunnen uitspreken bevindt zich bij de stukken. Zakelijk weergegeven geeft verzoekster hierin haar visie op een deel van het vreemdelingenbeleid en trekt zij een vergelijking met het feit dat haar in de strafzaak wordt verweten. Dat verzoekster tijdens het uitspreken van het laatste woord heeft herhaald wat ter zitting al aan de orde is geweest is de wrakingskamer uit het proces-verbaal en de daarbij gevoegde pleitnota van haar raadsman niet gebleken. Hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht kan voorts naar het oordeel van de wrakingskamer niet evident als niet ter zake dienend of zonder meer als niet relevant voor de strafzaak van verzoekster worden beschouwd. Dat verzoekster nodeloos in herhaling is gevallen is de wrakingskamer uit het dossier evenmin gebleken. Ook is niet gebleken dat aan verzoekster kenbaar is gemaakt dat haar motieven de rechter duidelijk waren. Onder deze omstandigheden is de wrakingskamer van oordeel dat de beslissing van de rechter om verzoekster te beperken in haar laatste woord, bij verzoekster de objectief gerechtvaardigde vrees heeft kunnen laten ontstaan dat de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieraan draagt in het bijzonder ook bij hetgeen de rechter bij aanvang van het laatste woord heeft kenbaar gemaakt. De rechter kon daardoor immers de indruk wekken dat zij op voorhand de motieven van verzoekster voor de beoordeling van de zaak niet van belang achtte. De wrakingskamer benadrukt daarbij dat overigens niet is gebleken dat de rechter jegens verzoekster ook vooringenomen is.
Rechters
Advocaten
- W.K. Jebbink
- Y. Cenik
Officier van justitie
- F.W.M. van Straelen
officier van justitie
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
