ECLI:NL:RBAMS:2016:8965
Rechtbank Amsterdam · 06-12-2016 · zaaknummer HA RK 366.2016
Inhoudsindicatie
Verzoek toegewezen. Zaak met tien verdachten. Tijdens het schrijven van het vonnis bleek dat de jongste rechter als rechter-commissaris huiszoekingen had gedaan in het voorbereidend onderzoek. Bij die huiszoekingen waren ook voorwerpen gevonden die de rechtbank voornemens was te gebruiken voor het bewijs. Op grond van de wet was de behandeling ter terechtzitting daarom nietig. De rechtbank heeft vervolgens een voorstel ten aanzien van de afdoening van de zaak aan partijen voorgelegd. Dit voorstel hield in dat de jongste rechter zou worden vervangen door een andere rechter en dat met deze nieuwe zittingscombinatie – met dus dezelfde voorzitter en oudste rechter – de zaken opnieuw zouden worden behandeld. Niet alle verdachten konden zich hierin vinden en vijf van hen hebben een verzoek tot wraking gedaan gericht tegen de voorzitter en de oudste rechter en één verdachte heeft de hele combinatie gewraakt. Nadat de voorzitter en de oudste rechter in de wraking hadden berust zijn vijf verzoeken weggevallen en resteerde de behandeling van het verzoek tot wraking dat mede was gericht tegen de jongste (nieuwe) rechter die niet in de wraking wenste te berusten. Het verzoek tegen deze rechter berust op de grond dat er “besmettingsgevaar” is ontstaan omdat het hele onderzoek ter terechtzitting al had plaatsgevonden, en de rechters al aan het beraadslagen waren. De rechtbank stelt vast dat de rechter een aantal nietige processen-verbaal van zittingen heeft gelezen, deel heeft uitgemaakt van de zittingscombinatie gedurende de regiezitting, heeft deelgenomen aan de beraadslaging tijdens die regiezitting over het verzoek tot verschoning van de hele combinatie. Het kan zo zijn dat daarbij niet over de inhoud van de zaak van verzoekster is gesproken, maar de rechtbank is van oordeel dat wel de geobjectiveerde schijn van partijdigheid is gewekt, mede omdat dit zich aan de waarneming van de verdediging heeft onttrokken. Daarbij staat de persoonlijke integriteit van de rechter niet ter discussie. De raadsman heeft dat ook erkend. Door het enkele feit van deelname aan een zittingscombinatie, waarvan de meerderheid blijkbaar al beslissingen over bewijs had genomen, is het invoelbaar dat bij verzoekster de vrees is ontstaan dat de rechter niet meer volledig open zal staan voor hetgeen nog aan de orde zou kunnen komen en dat van een onbevangen beoordeling geen sprake meer zal zijn. Deze vrees is naar het oordeel van de rechtbank ook objectief gerechtvaardigd.
Rechters
Advocaten
- A. Eichperger
- J.F. van der Brugge
Officier van justitie
- M. Boerlage
officier van justitie
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
