ECLI:NL:RBAMS:2016:6200
Rechtbank Amsterdam · 30-09-2016 · zaaknummer 13/702051-16
Inhoudsindicatie
De rechtbank leidt uit de rapportages af dat het de deskundigen niet mogelijk is een stoornis ten tijde van het plegen van het strafbare feit vast te stellen waardoor het antwoord op de vraag of het feit de verdachte kan worden toegerekend ten volle bij de rechtbank ligt. Naar het oordeel van de rechtbank behoeft de omstandigheid dat iemand aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, op zichzelf niet in de weg te staan aan het opzettelijk plegen van strafbare feiten. Echter kan geen strafoplegging volgen wanneer de rechter een feit niet toerekent aan een dader vanwege diens ten tijde van de tenlastelegging gedragingen afwijkende psychische gesteldheid. De rechtbank acht verdachte, op grond van hetgeen daarover hiervoor is overwogen, volledig ontoerekeningsvatbaar. Verdachte dient dan te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Advocaten
Officier van justitie
- H. Hoekstra
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
