Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2016:251

Rechtbank Amsterdam · 12-01-2016 · zaaknummer HA RK 388.2015

Civiel rechtGepubliceerd 25-01-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Behandeling in afwezigheid van de verdachte? Volgens de raadsman kan een oproep voor de behandeling van het wrakingsverzoek (gedaan in een strafzaak) aan de advocaat niet als een oproep aan verzoeker worden aangemerkt. De rechtbank overweegt samengevat dat gelet op het bijzondere karakter van de wrakingsprocedure en de daarbij betrokken belangen, alsmede de op een wrakingsverzoek van toepassing zijnde wettelijke bepalingen, kan bij het informeren van verzoeker omtrent de zittingsdatum voor de behandeling van het wrakingsverzoek worden volstaan met een mededeling aan zijn raadsman. Indien blijkt dat de raadsman over de zittingsdatum is geïnformeerd, kan er in beginsel van worden uitgegaan dat ook de verdachte daarvan op de hoogte is en aldus in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Dit zou anders kunnen zijn indien de raadsman verklaart dat hij zijn cliënt niet op de hoogte heeft kunnen stellen van de zittingsdatum of indien de raadsman niet meer voor de verzoeker optreedt. Dat dit in deze zaak het geval zou zijn, is gesteld noch gebleken. Ten aanzien van de gronden van het verzoek geldt dat voor zover de raadsman zich op het standpunt stelt dat ‘leugenaar’ en ‘u doet de waarheid geweld aan’ hetzelfde betekent, de rechtbank hem daarin niet kan volgen. “Leugenaar” impliceert immers een vorm van opzet, terwijl de door de rechter gekozen bewoordingen de mogelijkheid openlaten dat de raadsman de gang van zaken op de zitting van 23 september 2015 - naar de mening van de rechter - onbewust op een verkeerde manier heeft weergegeven. Dat de rechter de raadsman niet heeft verweten dat hij opzettelijk de waarheid geweld heeft aangedaan volgt ook uit het vervolg van het proces-verbaal, waarin staat vermeld dat de rechter vervolgens heeft gezegd: “in mijn beleving is het echt in samenspraak gegaan”. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rechter met de door hem gekozen bewoordingen geen blijk gegeven van (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid.

Advocaten

  • B.M. Beg
  • W.A.J.P. van den Reek

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.