ECLI:NL:RBAMS:2016:2076
Rechtbank Amsterdam · 13-04-2016 · zaaknummer AMS - 15 _ 3662
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van verweerder voldoende is voor de conclusie dat eiseres I op het moment van het huisbezoek niet op het BRP-adres woonde. Maar met de verklaring van de hoofdbewoner ten tijde van het huisbezoek en hetgeen eiseres I verder heeft overgelegd, heeft eiseres I naar het oordeel van de rechtbank voldoende overtuigend, derhalve onomstotelijk, aangetoond, dat zij tot september 2014 wel op het BRP-adres woonde. Het door verweerder uitgevoerde onderzoek geeft geen aanknopingspunten om tot een andere conclusie te komen. Dat op grond van vaste jurisprudentie van de Raad, zoals de uitspraak van 9 maart 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:813) de verklaring van een hoofdbewoner dat een student tot een eerder datum wel op het BRP-adres woonde onvoldoende is, laat onverlet dat een hoofdbewonersverklaring wel kan bijdragen aan het onomstotelijk bewijs, in samenhang bezien met het overige bewijs. De rechtbank wijst met name op de brieven van T Mobile en van de ING, bedrijven die niet standaard van het BRP-adres gebruik maken. Daarnaast wijzen de overgelegde uitzendovereenkomst, waarin ook het BRP-adres staat, en de stagebeoordeling erop dat eiseres I haar sociale omgeving in de nabijheid van het BRP-adres had.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
