ECLI:NL:RBAMS:2016:1716
Rechtbank Amsterdam · 30-03-2016 · zaaknummer AMS 15/5201, 15/5195, 15/5194, 15/5196 en 15/5198
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval in eerste aanleg zaken op grond van de Wet Bopz en/of met code Z.020 bij de toepassing van het Bvr 2000 worden gerekend tot strafzaken. Verder is de rechtbank van oordeel dat uit artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van het Bvr 2000 in samenhang gelezen met artikel 1, aanhef en onder d, van het Bvr 2000, volgt dat de wetgever de cassatie in ‘andere strafrechtzaken’ bij de totstandkoming van de regelgeving heeft betrokken. Ook de Wet Bopz-cassatiezaken worden daarom bij de toepassing van het Bvr 2000 gerekend tot strafzaken. Dat het bij de zaken van eisers feitelijk ging om civiele cassatie, waarvan gemachtigde van eisers terecht heeft gesteld dat dergelijke procedures dienen te worden aangemerkt als burgerlijk recht, laat onverlet dat de juridische grondslag van die procedures ligt in de Wet Bopz en dat de wetgever bij de totstandkoming van het Bvr 2000 expliciet ervoor heeft gekozen dergelijke zaken bij de toepassing van het Bvr 2000 te rekenen tot het strafrecht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
