Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2016:1069

Rechtbank Amsterdam · 02-03-2016 · zaaknummer 13/684076-15

StrafrechtGepubliceerd 03-03-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verdachte had het wapen in zijn hand toen het eerste schot viel, de schoten zijn kort achter elkaar afgevuurd en alle vier de kogels zijn afkomstig uit hetzelfde wapen. Er is geen enkel bewijs voor de betrokkenheid van enige andere persoon bij het schietincident. Verdachte heeft tot vier maal toe, kort achter elkaar en in een kleine ruimte geschoten. Het slachtoffer is door elk schot geraakt. De rechtbank acht doodslag wettig en overtuigend bewezen en overweegt dat sprake is van (ten minste voorwaardelijk) opzet op het van het leven beroven van het slachtoffer. Niet kan worden vastgesteld dat een vooropgezet plan bestond om met het slachtoffer een geweld-dadige confrontatie aan te gaan, in elk geval niet een confrontatie waarbij een vuurwapen in het spel zou zijn. Verdachte heeft verklaard dat hij geen vuurwapen bij zich had. Geen van de aanwezigen in de woning heeft voorafgaand of tijdens het schietincident een wapen bij hem gezien. Forensisch onderzoek geeft evenmin uitsluitsel over de vraag wie van verdachte of het slachtoffer het vuur-wapen heeft meegebracht. Het dossier bevat geen bewijs dat de verklaring van verdachte dat het slachtoffer een vuurwapen bij zich had toen deze op verdachte af kwam lopen, weerspreekt. De rechtbank kan dan ook niet uitsluiten dat de lezing van verdachte dat niet hij, maar het slachtoffer het vuurwapen heeft meegebracht, juist is. Gelet op de deskundigenrapportages kan de rechtbank niet vaststellen dat het door verdachte gestelde geheugenverlies geveinsd is. Dat verdachte na het schietincident in een ‘shock’ was, is zeker niet onaannemelijk gelet op de verklaringen van de getuigen die na het incident in de woning van verdachte aanwezig waren. De rechtbank houdt het al met al niet voor onmogelijk dat verdachte onder andere niet weet wat er met het vuurwapen is gebeurd na het schietincident. Uitgaande van de verklaringen van verdachte acht de rechtbank aannemelijk dat verdachte zich bevond in een noodweersituatie. Verdachte zag het slachtoffer met het wapen op hem gericht. Verdachte heeft in een worsteling het wapen van het slachtoffer afgepakt. Vervolgens ging een schot af op het moment dat verdachte in de worsteling zijn evenwicht verloor. Nadat het eerste schot was gevallen, heeft verdachte vervolgens in kort tijd nog drie keer geschoten, waarvan het laatste schot op het slachtoffer was gericht terwijl het slachtoffer zich laag bij dan wel al liggend op de grond bevond. De eerste twee schoten merkt de rechtbank aan als verdedigingshandeling. Verdachte is echter doorgegaan met schieten. Uit de verklaring van verdachte leidt de rechtbank af dat bij hem een hevige gemoedsbeweging is ontstaan toen hij een vuurwapen op zich gericht zag. De rechtbank acht aannemelijk dat de hevige gemoedsbeweging bij verdachte heeft voortgeduurd ook nadat de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding strikt genomen was opgehouden, te weten het moment dat het slachtoffer viel. Verdachte heeft op dat moment in elk geval nog het schot afgevuurd waarbij het slachtoffer in zijn hals is geraakt. Verdachte heeft hierdoor de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden, maar deze overschrijding is een onmiddellijk gevolg geweest van een bij verdachte ontstane hevige gemoedsbeweging die door de aanranding is veroorzaakt. Het beroep op noodweerexces slaagt.

Advocaten

  • B.H. van den Heuvel
  • H.L.C.M. Kuijpers

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.