Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2015:8346

Rechtbank Amsterdam · 25-11-2015 · zaaknummer C/13/583887 / HA ZA 15-313

Civiel recht; Burgerlijk procesrechtGepubliceerd 25-11-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Burgerlijk procesrecht. Gedaagde heeft – na een eerder 843a Rv incident – een vordering tot vrijwaring ingediend. Op grond van artikel 210 lid 1 Rv moet een conclusie tot oproeping in vrijwaring worden genomen voor alle weren, zulks op straffe van verval van het recht daartoe (artikel 211 Rv). Deze regel moet aldus worden uitgelegd dat voldoende maar tevens noodzakelijk is dat de gedaagde die een derde in vrijwaring wil oproepen, dat doet in de eerste namens of door hem genomen schriftelijke conclusie (vgl. Hoge Raad 29 april 1994, NJ 1994/488). Naar het oordeel van de rechtbank moet deze regel in verband met de goede procesorde strikt worden toegepast. De eerste schriftelijke conclusie was de incidentele conclusie waarbij gedaagde haar vordering op grond van 843a Rv instelde. Op dat incident is – voorafgaand aan het instellen van de vordering tot oproeping in vrijwaring - bij vonnis beslist. Gedaagde is in haar (tweede) incidentele vordering daarom niet ontvankelijk.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.