ECLI:NL:RBAMS:2015:5566
Rechtbank Amsterdam · 07-08-2015 · zaaknummer -13-751491-15 RK 15-3830_
Inhoudsindicatie
Onschuldverweer slaagt niet. Het is niet mogelijk om vanuit detentie strafbare feiten (mede) te plegen, ook gelet op de eisen die de Hoge Raad aan ‘medeplegen’ stelt. De detentiesituatie verhindert een bewuste en nauwe samenwerking. Na ontslag uit detentie leed de opgeëiste persoon zodanig aan depressie dat het hem niet mogelijk was activiteiten te ontplooien en strafbare feiten te plegen. Het verweer faalt: detentie en/of klachten van depressieve aard kunnen het plegen van strafbare feiten bemoeilijken, het wordt er echter niet door verhinderd. Beroep op artikel 6, vijfde lid OLW slaagt niet. De gegevens uit de Basisregistratie personen vertonen hiaten die niet worden verklaard, inkomensgegevens ontbreken. Van een bestendige band met Nederland is onvoldoende gebleken. De periode dat de opgeëiste persoon in Nederland in detentie heeft doorgebracht onderbreekt de verblijfsperiode (zie: EU-Hof van 16 januari 2014 in de zaak C 378/12, Onuekwere)
Advocaten
Officier van justitie
- A. Oswald
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
