Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2015:3854

Rechtbank Amsterdam · 19-06-2015 · zaaknummer 13-751645-14

StrafrechtGepubliceerd 18-06-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De opgeëiste persoon komt in aanmerking komt voor gelijkstelling met een Nederlander op grond van artikel 6, vijfde lid, van de OLW. De opgeëiste persoon heeft gedurende de afgelopen vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van deze uitspraak, over voldoende bestaansmiddelen beschikt. Hoewel, bij gebreke van een inschrijving in het BPR, het verblijf met andere objectieve stukken kan worden onderbouwd, is het slechts overleggen van salarisspecificaties en jaaropgaven nog niet voldoende om het onafgebroken ver verblijf aan te tonen. Het is immers, zoals door de officier van justitie verwoord, inderdaad mogelijk dat iemand hier slechts als een seizoenarbeider werkzaam is en hier feitelijk niet verblijft. Echter, in dit geval acht de rechtbank ook het onafgebroken verblijf voldoende en genoegzaam aangetoond. Daarbij weegt de rechtbank mee dat uit de maandelijkse salarisspecificaties blijkt dat de opgeëiste persoon steeds in Nederland op een bepaald adres verbleef, dat de hoogte van zijn inkomen en omvang van zijn arbeidsuren erop duiden dat hij hier min of meer full-time heeft gewerkt en dat hij een niet onaannemelijke verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij zich niet kon inschrijven op het adres waar hij verbleef. Nu geconstateerd dient te worden dat de opgeëiste persoon in ieder geval voldoet aan de eerste en derde voorwaarde van artikel 6, vijfde lid, van de OLW en de overlevering in dit geval (namelijk een executie-overlevering) geweigerd dient te worden indien Nederland ook rechtsmacht heeft, is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek heropend dient te worden. In de zaak van 12 december 2014 (ECLI:NL:RBAMS:2014:9679) heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat Nederland de overlevering niet mag weigeren, ook al is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6, vijfde lid, van de OLW, als Nederland niet daadwerkelijk de straf van de uitvaardigende lidstaat kan overnemen. Immers, de opgeëiste persoon zou dan straffeloos blijven. De rechtbank heeft deze zaak aangehouden voor nader onderzoek en overweegt in die zaak prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank zal het onderzoek derhalve heropenen in afwachting van de procedure in de voormelde zaak van 12 december 2014.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.