Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2015:3590

Rechtbank Amsterdam · 10-06-2015 · zaaknummer C-13-519351 - HA ZA 12-717

Civiel rechtGepubliceerd 11-06-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eindvonnis na tussenvonnis: Pictoright (eiseres) heeft tot doel de behartiging van de gemeenschappelijke en individuele juridische belangen van auteurs van visuele werken bij de exploitatie van hun werken. In maart 2011 heeft Pictoright geconstateerd dat het Stadsarchief (gedaagde) op haar website beeldmateriaal openbaar maakt, onder meer van werken van makers die worden vertegenwoordigd door Pictoright. De rechtbank heeft bij tussenvonnis geoordeeld dat Pictoright bevoegd is om op de voet van artikel 3:305a BW vorderingen ten behoeve van bij haar aangeslotenen in te stellen. Vaststaat dat het Stadsarchief op haar website werken heeft geopenbaard van bij Pictoright aangeslotenen zonder toestemming van de betreffende auteursrechthebbenden en dat zij daarmee een inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van die rechthebbenden. Voorts heeft het Stadsarchief erkend dat niet valt uit te sluiten dat in de toekomst opnieuw dergelijke inbreuken worden gemaakt. In navolging van Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:841 komt de rechtbank in dit eindvonnis terug op haar eerdere beslissing bij tussenvonnis dat geen plaats is voor een (aanvullende) belangenafweging waar het gaat om de vraag of in een specifiek geval een inbreuk op het auteursrecht van een rechthebbende toelaatbaar is. De rechtbank oordeelt dat het Stadsarchief in dit geval evenwel geen voldoende feitelijke, op het geval toegesneden omstandigheden heeft gesteld waaruit kan voortvloeien dat toewijzing van de vorderingen van Pictoright te zeer afbreuk zouden doen aan het grondrecht van artikel 10 EVRM waarop het Stadsarchief zich beroept. Gevolg hiervan is dat de rechtbank bij haar eerdere beslissing bij tussenvonnis blijft dat het gevorderde verbod om inbreuk te maken op de auteursrechten op het werk van de rechthebbenden die aangesloten zijn bij Pictoright toewijsbaar is. Ten aanzien van andere vorderingen (die niet zijn ingesteld op de voet van artikel 3:305a BW) is Pictoright bij tussenvonnis de gelegenheid gegeven nadere stukken te overleggen waaruit haar bevoegdheid ten aanzien van de met naam genoemde makers blijkt. In dit eindvonnis oordeelt de rechtbank dat Pictoright dat bewijs heeft geleverd voor het merendeel van de met naam genoemde makers, zodat de vorderingen ten aanzien van die specifieke makers (waaronder een veroordeling tot schadevergoeding als gevolg van gemaakte inbreuken op de auteursrechten, nader op te maken bij staat) toewijsbaar zijn. Tussenvonnis: ECLI:NL:RBAMS:2014:6959.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.