ECLI:NL:RBAMS:2015:1756
Rechtbank Amsterdam · 27-03-2015 · zaaknummer AMS 14-7303
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat het verschil tussen enerzijds een betalingsregeling van 120 maanden in het geval van ‘first offenders’ en anderzijds een betalingsregeling van drie maanden voor ‘recidivisten’ uitzonderlijk groot is. Nu in het geval van recidive reeds sprake is van een boetenorm van 200% en verweerder buiten de ernst van de herhaalde overtreding geen motivering heeft gegeven op grond waarvan het substantiële verschil in afbetalingstermijnen gerechtvaardigd zou zijn, acht de rechtbank verweerders beleid om slechts een betalingstermijn van drie maanden toe te staan, hetgeen niet zelden betekent dat (kleinere) ondernemingen in staat van faillissement geraken, niet passend binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat van de ‘200%-boete’ evenzeer afschrikkende werking uitgaat wanneer deze gespreid mag worden betaald.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
