Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2014:9619

Rechtbank Amsterdam · 04-12-2014 · zaaknummer AWB 14-3130 en 14-3550

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 30-04-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Langdurigheidstoeslag, atcg, verlaging toetsbedrag, geringe overschrijding, bruto-inkomen Afwijzing langdurigheidstoeslag en bijzondere bijstand op grond van de Atcg. Verweerder heeft in het bestreden besluit en ter zitting toegelicht dat de oorzaak van de verlaging van het toetsbedrag is gelegen in de omstandigheid dat de werkgeversbijdrage Zorgverzekeringswet per 1 januari 2013 is vervallen. Deze bijdrage wordt dus niet langer bij het brutoloon opgeteld, hetgeen tot een lager fiscaal inkomen leidt en tot een lager toetsbedrag. Nu de verlaging van het toetsbedrag is gelegen in maatregelen die zijn getroffen door de centrale overheid kan verweerder naar het oordeel van de Rechtbank geen onbehoorlijk bestuur worden verweten. Ten aanzien van eisers beroepsgrond dat verweerder ten onrechte zijn bruto jaarinkomen als uitgangspunt heeft genomen, overweegt de rechtbank wat de langdurigheidstoeslag betreft, dat de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam dit uitgangspunt op grond van artikel 8 van de WWB in artikel 3 in samenhang met artikel 1 van de Verordening heeft vastgelegd. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het bruto-inkomen als uitgangspunt is genomen, omdat dit de uitvoeringspraktijk vergemakkelijkt. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder hiermee de verordeningsbevoegdheid heeft overschreden. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder de geringe overschrijding van het toetsbedrag in redelijkheid niet heeft hoeven aanmerken als een bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft tot toepassing van de hardheidsclausule zoals neergelegd in artikel 6 van de Verordening. Inherent aan de vaststelling van een toetsbedrag is immers dat zich altijd gevallen zullen voordoen die net buiten de regeling vallen. Wat betreft verweerders uitgangspunt om ook bij de beoordeling van het recht op bijstand op grond van de Atcg het bruto-inkomen te hanteren, overweegt de rechtbank dat artikel 35, negende lid, van de WWB aan verweerder ruimte laat om het begrip inkomen nader in te vullen. Verweerder heeft dit gedaan in artikel 1.2, aanhef en onder d en f, van de Atcg. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om dit beleid kennelijk onredelijk te achten. De geringe overschrijding van het toetsbedrag kan naar het oordeel van de rechtbank niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt, op grond waarvan verweerder met toepassing van artikel 4:84 van zijn beleid zou moeten afwijken.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.