Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2014:9618

Rechtbank Amsterdam · 28-08-2014 · zaaknummer AWB 14-900 en 14-901 en 14-1112

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 30-04-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking en (mede)terugvordering wegens gezamenlijke huishouding binnen gemeente en wegens hoofdverblijf buiten gemeente De rechtbank concludeert dat voornoemde door verweerder aangedragen omstandigheden, los van elkaar dan wel in samenhang bezien, onvoldoende zijn voor het oordeel dat eiser gedurende de gehele genoemde periode zijn hoofdverblijf had bij eiseres op het adres te [woonplaats]. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting nog verwezen naar alle resultaten van het onderzoek, zoals die blijken uit in het proces-verbaal, maar de rechtbank acht deze algemene verwijzing onvoldoende concreet om bij de beoordeling te kunnen betrekken. Uit het voorgaande vloeit voort dat verweerder zijn conclusie dat in de gehele betreffende periode van 1 juni 2008 tot 17 april 2012 sprake is geweest van een gezamenlijke huishouding, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Wat betreft de periode na 17 april 2012 is de rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de verklaringen van eiser en eiseres en de in de woning op het adres van eiseres te [woonplaats] aangetroffen post en persoonlijke spullen van eiser, aannemelijk heeft gemaakt dat eiser daar zijn hoofdverblijf had. Daaruit volgt dat eiser vanwege zijn hoofdverblijf in [woonplaats] sinds 17 april 2012 geen recht meer had op bijstand van verweerder op grond van het bepaalde in artikel 40 van de WWB. Nu eiser heeft verzuimd verweerder daarover in te lichten, is sprake van schending van de inlichtingenplicht zoals neergelegd in artikel 17, eerste lid, van de WWB. Gelet op het bepaalde in artikel 54, derde lid, van de WWB was verweerder gehouden eisers recht op bijstand over de periode van 17 april 2012 tot en met 20 juni 2013 in te trekken. Gelet op het bepaalde in artikel 58, eerste lid, van de WWB was verweerder eveneens gehouden om het over die periode teveel ontvangen bedrag aan bijstand van eiser terug te vorderen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeenste Amsterdam

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeenste Amsterdam

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.