ECLI:NL:RBAMS:2014:9350
Rechtbank Amsterdam · 18-12-2014 · zaaknummer AWB - 14 _ 2418
Inhoudsindicatie
In de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 april 2012 (ECLI:NL:RBAMS:2012:BW3791), is geoordeeld dat voor de vraag of de aanvraag om bijzondere bijstand achteraf is ingediend, bepalend is het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen. In het geval van de eigen bijdrage van een toevoeging komen deze kosten op op het moment dat de procedure waarvoor de toevoeging is verleend, is aangevangen. Ook de Raad heeft op 15 mei 2007 aldus geoordeeld (ECLI:NL:CRVB:2007:BA6875). Onder verwijzing naar deze jurisprudentie is de rechtbank dan ook van oordeel dat, voor zover in het (wetsinterpreterende) beleid van verweerder staat vermeld dat de kosten opkomen op het moment dat de toevoeging wordt aangevraagd, dit beleid niet juist is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
