ECLI:NL:RBAMS:2014:9202
Rechtbank Amsterdam · 30-05-2014 · zaaknummer 144.2014
Inhoudsindicatie
Klager voert 9 gronden aan en dient een aanvullend verzoek in. Geen van de gronden treft doel. Dat in opdracht van de rechter het instructievonnis niet aan verzoeker is overhandigd blijkt nergens uit. De beslissing van de rechter om de zaak naar de rol te verwijzen kan geen grond voor wraking opleveren. De door klager gestelde vermeende gebrekkige (juridische) vaardigheden van de gemachtigde van een gerechtsdeurwaarderskantoor leveren, wat daar verder ook van zij, geen zwaarwegende aanwijzingen op voor de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter. De andere door klager genoemde gronden hebben kennelijk betrekking op eerder bij de rechtbank aanhangig geweest zijnde procedures. Dit betreft echter geen tot de rechter gerichte concrete feiten en omstandigheden. Ook het aanvullende verzoek bevat geen gronden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, is/zijn af te leiden. De door verzoeker genoemde Freudiaanse vergissing is geen grond voor wraking en berust bovendien op een verkeerde lezing van het proces-verbaal. De andere door klager genoemde gronden betreffen geen tot de rechter gerichte concrete feiten en omstandigheden. Het verzoek wordt afgewezen en de antimisbruik bepaling wordt toegepast.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
