Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2014:8501

Rechtbank Amsterdam · 17-12-2014 · zaaknummer AWB - 14 _ 717, 14_720, 14_731, 14_732, 14_733

BestuursrechtGepubliceerd 16-12-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling, waaronder de uitspraak van 10 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:196), kan van onttrekking aan de woonruimtevoorraad in de zin van de Huisvestingswet slechts sprake zijn, indien het desbetreffende gebouw op enig moment is bestemd voor permanente bewoning. De rechtbank is voorts van oordeel dat na de verbouwing evenmin sprake is geweest van permanente bewoning. De Afdeling heeft in de uitspraak van 5 september 2012 (ECLI:NL:RVS:2012: BX6487). onder verwijzing naar de geschiedenis van de totstandkoming van de Huisvestingswet (Kamerstukken II 1987/88, 20 520, nr. 3, blz. 71-72) overwogen dat het bestemd zijn van woonruimte voor bewoning in de zin van de Huisvestingswet een zekere duurzaamheid vereist, in die zin dat de intentie moet bestaan om hoofdverblijf in de betrokken woonruimte te hebben gedurende langere tijd. De stelling van verweerder dat uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat inschrijvingen in de GBA een aanwijzing zijn voor permanente bewoning is op zichzelf juist, maar voor permante bewoning is tevens vereist dat de bewoner de intentie heeft om de woonruimte als hoofdverblijf te gebruiken. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanknopingspunten gegeven om aan te nemen dat de bewoners de woningen niet als hoofdverblijf hebben gehad. Dit volgt uit de door eiser in beroep overgelegde stukken waaruit blijkt dat de woningen zijn verhuurd als volledig ingerichte appartementen. Nu verweerder geen stukken heeft overgelegd waaruit het tegendeel blijkt voor wat betreft het gebruik als hoofdverblijf, volgt uit het voorgaande dat aan één van de twee vereisten voor permanente bewoning niet is voldaan. Het gevolg van het voorgaande is dat de woningen in het pand niet toegevoegd zijn aan de woonruimtevoorraad. Verweerder heeft de boetes opgelegd op grond van het zonder vergunning onttrekken aan de woningruimtevoorraad. Nu geen sprake is van onttrekken aan de woonruimtevoorraad zijn de boetes ten onrechte opgelegd. De rechtbank heeft overwogen dat de woningen niet zijn toegevoegd aan de woonruimtevoorraad. In lijn met de hiervoor aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2013 is daarom geen onttrekkingsvergunning aan de woonruimtevoorraad als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Huisvestingsverordening nodig. Nu uit wettelijke regelingen volgt dat geen onttrekkingsvergunning nodig is, kan worden voorbij gegaan aan het short-staybeleid van verweerder. Het voorgaande heeft tot gevolg dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat voor de woningen een short-stayvergunning nodig was.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.