ECLI:NL:RBAMS:2014:7989
Rechtbank Amsterdam · 03-10-2014 · zaaknummer AMS 13-4916, AMS 13-7045, AMS 13-7046 en AMS 13-7068
Inhoudsindicatie
Zorgverzekeringswet. Bestuursrechtelijke premie. De uitzondering voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter van besluiten met betrekking tot de verschuldigdheid en de hoogte van de bestuursrechtelijke premie is de uitdrukkelijke bedoeling en keuze van de wetgever geweest. Er is hier geen hiaat in de wet. Eisers kunnen zich bovendien tot de civiele rechter wenden als zij het niet eens zijn met de verschuldigdheid en de hoogte van de bestuursrechtelijke premie. Dit is niet in strijd met artikel 6 van het EVRM. Eiseres kunnen zich wenden tot de rechter. Zelfs al zou met eisers worden aangenomen dat de bestuursrechtelijke premie een criminal charge vormt als bedoeld in artikel 6 van het EVRM of dat sprake is van ontneming van eigendom zoals bedoeld in artikel 1 EP, dan schrijft artikel 6 van het EVRM niet voor welke rechter op dat punt tot oordelen bevoegd is. Artikel 6 van het EVRM wijst daarvoor ook niet de bestuursrechter aan
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
