ECLI:NL:RBAMS:2014:7870
Rechtbank Amsterdam · 21-11-2014 · zaaknummer 13-751726-14
Inhoudsindicatie
Overlevering Denemarken toegestaan. Geen gelijkstelling met een Nederlander op grond van artikel 6, vijfde lid, van de OLW. Niet voldaan aan voorwaarde dat ten aanzien van de opgeëiste persoon de verwachting bestaat dat hij niet zijn verblijfsrecht in Nederland zal verliezen ten gevolge van de opgelegde straf of maatregel. Bij vervolgingsoverlevering gaat het om de eventueel na overlevering opgelegde straf. Om vast te stellen of aan deze voorwaarde is voldaan, maakt de officier van justitie op basis van de in het EAB neergelegde verdenking, een inschatting van de vermoedelijke strafmaat naar Nederlandse maatstaven. De IND beoordeelt vervolgens of deze strafmaat tot beëindiging van het verblijfsrecht zou leiden. Indien dit het geval is, dan is niet voldaan aan de derde voorwaarde van lid 5 en wordt geen terugkeergarantie gevraagd. Het verweer van de raadsman dat de eis van de officier van justitie te hoog is, volgt de rechtbank niet. Advies van de IND is voorts niet gebaseerd op de glijdende schaal van artikel 3.86 van het Vb 2000, maar op artikel 21, vierde lid, van de Vw 2000.
Advocaten
- J.P. van Omme
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
