ECLI:NL:RBAMS:2014:735
Rechtbank Amsterdam · 21-02-2014 · zaaknummer 13/656502-12
Inhoudsindicatie
De Amsterdamse rechtbank acht bewezen dat verdachte in een aantal uitgaansgelegenheden een vijftal personen (ernstig) heeft mishandeld. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich ernstig heeft misdragen en dat hij een van de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Verder beschouwt de rechtbank geweld dat wordt gepleegd in het uitgaansleven als een ernstig strafbaar feit, dat hevige gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers en het overige publiek teweeg brengt. Van een louter voorwaardelijke straf, een horecaverbod of een boete kan volgens de rechtbank dan ook geen sprake zijn. Wel legt de rechtbank een lagere straf op dan was geëist, onder meer omdat de rechtbank een aantal ten laste gelegde feiten niet bewezen acht. Bovendien was de straf die het OM eiste fors hoger dan de voor dit soort delicten gebruikelijke straffen. De rechtbank ziet geen reden om van die gebruikelijke richtlijnen af te wijken. Tot slot was in een van de zaken de redelijke termijn voor vervolging overschreden, wat een strafmatigende factor vormt. Verdachte moet aan een van de slachtoffers een schadevergoeding betalen van ruim twintigduizend euro. De rechtbank veroordeelt verdachte tot anderhalf jaar gevangenisstraf, waarvan een half jaar voorwaardelijk.
Advocaten
- B.L.M. Ficq
- M.E. van der Werf
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
