Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2014:6785

Rechtbank Amsterdam · 11-07-2014 · zaaknummer 13/665309-13 + 13/651850-11 (Tul) (Promis)

StrafrechtGepubliceerd 16-10-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een jaar leiding gegeven aan een criminele organisatie die zich op grote schaal bezighield met de productie en bewerking van MDMA en amfetamine, de handel in MDMA, amfetamine en cocaïne en met het telen en verkopen van hennep. Recidive. Gevangenisstraf van 3 jaar. Alle verdachten zijn Ajax supporter. Verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van goederen en stoffen die in de woning van deelnemers van de criminele organisatie worden gevonden. Om tot een bewezenverklaring van de onder artikel 10a van de Opiumwet (OW) bedoelde voorbereidingshandelingen te kunnen komen, zal namelijk onder meer moeten worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen, gelden en stoffen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Bewijsuitsluitingsverweer OVC-gesprekken wordt verworpen. De onmogelijkheid tot het uitluisteren van de OVC-gesprekken staat niet aan een eerlijke procesvoering in de weg. De gesprekken zijn niet concreet en gemotiveerd betwist. Er is geen vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Verdachte heeft samen met anderen een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd en zij hebben ieder een aandeel gehad in de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie. Het versluierde taalgebruik, het gebruik van voertuigen ten behoeve van de organisatie, de telefonische contacten tussen de deelnemers en de rolverdeling zijn daarbij van belang. Proces-verbaal stemherkenning op grond waarvan verdachte als gespreksdeelnemer over diverse telefoontaps wordt beschouwd, wordt voor bewijs gebruikt, nu dit wordt bevestigd door andere objectieve bewijsmiddelen. Verdachte heeft opzettelijk diverse stoffen en voorwerpen voorhanden gehad in zijn woning waarvan hij wist dat deze voorwerpen waren bestemd tot het plegen van een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10a van de Opiumwet. Deze goederen passen naadloos in het oogmerk van de criminele organisatie, namelijk de handel in en het bewerken en verwerken van verdovende middelen en de productie van synthetische drugs en kunnen volgens de rechtbank onder de gegeven omstandigheden geen ander, legaal doel hebben gehad.

Advocaten

  • C. Maat

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.