ECLI:NL:RBAMS:2014:6467
Rechtbank Amsterdam · 27-08-2014 · zaaknummer HA ZA 13-848
Inhoudsindicatie
Bank verleent krediet aan dochteronderneming. Afgesproken wordt dat als zekerheid de vorderingen van de dochter zullen worden verpand, alsmede dat een hypotheekrecht op panden van de moedermaatschappij zullen worden gevestigd. Nadat de dochteronderneming is gefailleerd blijkt geen verpanding te hebben plaatsgevonden. De hypotheekrechten onder de moederonderneming zijn wel gevestigd. De moeder stelt dat, ingeval die worden uitgewonnen, zij krachtens art. 6:12 BW in de rechten van de bank wordt gesubrogeerd. De aldus verkregen vordering is waardeloos omdat geen verpanding heeft plaatsgevonden. De moederonderneming vindt dat de bank, door haar niet te wijzen op de gevolgen van niet-verpanding, aansprakelijk is voor de aldus door haar geleden schade. De rechtbank wijst de vordering af.
Rechters
Advocaten
- J.M. Atema
- P.G. Gilhuis
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
