ECLI:NL:RBAMS:2014:6258
Rechtbank Amsterdam · 25-09-2014 · zaaknummer C-13-553534 - HA RK 13-353
Inhoudsindicatie
De Europese Commissie heeft bij beslissing van 9 november 2010 geoordeeld dat een aantal luchtvaartmaatschappijen (waaronder Air France-KLM en Martinair) in de periode december 1999 tot februari 2006 een kartel vormden op het gebied van luchtvrachtvervoer. De luchtvaartmaatschappijen zijn tegen de beschikking van de Europese Commissie in beroep gegaan. Stichting Cartel Compensation (SCC) heeft vorderingen van derden, die stellen schade te hebben geleden als gevolg van het kartel, overgenomen. SCC heeft de rechtbank verzocht om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten om meer duidelijkheid te krijgen over het bestaan van het kartel, de omvang ervan en de werkwijze van de deelnemers aan het kartel. De rechtbank heeft beslist dat de beschikking van de Europese Commissie – ook als daartegen beroep is ingesteld – dwingend bewijs oplevert van het bestaan van het kartel. Dat kan anders zijn indien in redelijkheid twijfel kan bestaan over de juistheid van de beschikking (zie: Hof Amsterdam, 24 september 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3013), maar dat daarvan sprake is, is door partijen niet gesteld in het kader van deze verzoekschriftprocedure. In dat licht bezien heeft SCC onvoldoende duidelijk gemaakt welk belang zij nu heeft bij het horen van de getuigen over het bestaan van het kartel. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A.E. Vos
- H.J. Fehmers
- J. van den Brande
- J.S. Kortmann
- R.A. Dudok van Heel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
