ECLI:NL:RBAMS:2014:6156
Rechtbank Amsterdam · 26-08-2014 · zaaknummer 13/845014-11 , 14/3517
Inhoudsindicatie
Raadkamer rekestprocedure betreffende het bezwaarschrift tegen de beslissing van de rechter-commissaris inhoudende de weigering om de door verdachte verzochte getuigen te horen. De verdediging wenst primair het horen van de getuigen ter onderbouwing van een beroep op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Subsidiair wenst de verdediging de getuigen in het kader van de artikelen 348 en 350 Sv te horen. De rechtbank is van oordeel dat de verdediging onvoldoende concreet heeft gemaakt op welke wijze het horen van de getuigen kan bijdragen aan het vaststellen van relevante feiten in het kader van het onderzoek naar een mogelijk vormverzuim ex. artikel 359a Sv. De verdachte wordt bij deze stand van zaken dan ook redelijkerwijs niet in zijn verdediging ziende op artikel 359a Sv geschaad door het niet horen van de getuigen. Ook heeft de verdediging niet aannemelijk gemaakt dat het horen van de getuigen noodzakelijkerwijs kan bijdragen aan enig in deze strafzaak te nemen beslissing en is derhalve thans niet relevant te achten in het kader van beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift dan ook ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
