ECLI:NL:RBAMS:2014:5935
Rechtbank Amsterdam · 17-09-2014 · zaaknummer C-13-560836 - HA ZA 14-268
Inhoudsindicatie
Over de vraag of verduistering van een auto valt onder het begrip “diefstal” in de zin van artikel 3:86 BW lid 3is de lagere rechtspraak verdeeld. De (strafkamer van de) Hoge Raad heeft echter beslist (ECLI:NL:HR:1999:ZD1744 en ECLI:NL:HR:2001:AB1598) dat de bewoordingen van het artikel geen ruimte laten voor de opvatting dat de bescherming ook toekomt aan de eigenaar die het bezit van de zaak heeft verloren door oplichting, dus op een wijze die voor de toepassing van deze bepaling niet gelijk kan worden gesteld aan diefstal. De rechtbank is van oordeel dat verduistering voor toepassing van artikel 3:86 BW evenmin aan diefstal gelijkgesteld kan worden. Immers aan diefstal is eigen dat een onbevoegde zich meester heeft gemaakt van de zaak. Aan verduistering en oplichting is echter eigen dat degene die door de (voormalig) eigenaar ten onrechte werd vertrouwd, dat vertrouwen heeft beschaamd. Dat de voormalig eigenaar de oplichter / verduisteraar vertrouwde rechtvaardigt dat die voormalig eigenaar een minder vérgaande mate van bescherming verdient ten koste van derden te goeder trouw. Eindvonnis: ECLI:NL:RBAMS:2015:3656.
Rechters
Advocaten
- B. Parmentier
- J.C. Meijroos
- J.F. Aalders
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
