ECLI:NL:RBAMS:2014:5720
Rechtbank Amsterdam · 03-07-2014 · zaaknummer 190.2014
Inhoudsindicatie
Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat beslissingen van de rechters zo onbegrijpelijk zijn, dat zowel sprake is van subjectieve als objectieve partijdigheid. De rechters hebben door de wijze waarop zij hebben beslist en de daartoe gebezigde motivering, zowel het recht van verzoeker op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM als de goede procesorde geschonden. Een verzoek tot wraking is niet bedoeld om onwelgevallige rechterlijke beslissingen, daaronder begrepen de wijze waarop de orde op een zitting wordt gehandhaafd of het onderzoek ter terechtzitting wordt geleid, ter discussie te stellen. Het gesloten systeem van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Zelfs als een beslissing als onjuist zou moeten worden aangemerkt, vormt dat op zichzelf beschouwd nog geen grond om te veronderstellen dat de betrokken rechter vooringenomen is. De beslissingen ten aanzien van een of twee voorgestelde getuigen kan weliswaar voor discussie vatbaar zijn maar daardoor zijn die beslissingen niet onbegrijpelijk. Ook in het licht van de eerdere beslissing op het bezwaarschrift tegen de dagvaarding en van de overige feiten en omstandigheden getuigen de door de rechters genomen beslissingen niet van vooringenomenheid noch kunnen deze naar het oordeel van de wrakingskamer leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Verzoek afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- M.E. Woudman
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
