ECLI:NL:RBAMS:2014:5717
Rechtbank Amsterdam · 27-08-2014 · zaaknummer C/13/529436 / HA ZA 12-1329
Inhoudsindicatie
Wederzijds zekerhedenarrangement en faillissement. Het voor faillissement ten gunste van ICF gevestigde pandrecht strekt ook tot zekerheid van de contractuele regresvordering van ICF op haar (gefailleerde) schuldenaar uit hoofde van borgstelling. De regresvordering vloeit voort uit een rechtshandeling verricht met de schuldenaar voor faillissement en is – gelet op de tekst van het wederzijdse zekerheidsarrangement – aan te merken als een onder opschortende voorwaarde bestaande vordering. Uit ASR/Achmea is niet af te leiden dat een contractuele regresvordering voortvloeiend uit een wederzijds zekerhedenarrangement (vanuit faillissementsoogpunt) niet reeds onder opschortende voorwaarde zou kunnen bestaan, hetgeen immers expliciet is gesanctioneerd in Bannenberg qq/NMB, op welk arrest de Hoge Raad - blijkens rechtsoverweging 3.6 van ASR/Achmea - niet is teruggekomen.
Rechters
Advocaten
- F.I. Eikenhorst
- J.M. Atema
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
