ECLI:NL:RBAMS:2014:5422
Rechtbank Amsterdam · 10-06-2014 · zaaknummer CV 13-18417
Inhoudsindicatie
X geeft bij schriftelijke huurovereenkomst aan de besloten vennootschap Y in huur de eerste etage als kantoor en de hogere etages als bedrijfswoning. De besloten vennootschap Y geeft een gedeelte van het gehuurde, de tweede en derde etage, als woonruimte in onderhuur aan de directeur van de besloten vennootschap Y en zijn echtgenote/levenspartner. De onderhuurders, de directeur en zijn echtgenote, verzoeken de huurcommissie de huurprijs voor het gehele gehuurde (eerste en hogere etages) op grond van artikel 7:254 BW te verlagen. De huurcommissie kwalificeert het gehele gehuurde als woonruimte, stelt het puntenaantal vast en verlaagt de huurprijs met ingang van 1 maart 2013. De kantonrechter stelt vast dat verhuurder X geen rechtstreeks contractuele relatie met de onderhuurders, de directeur en zijn echtgenote/levenspartner, heeft en dat zij bovendien niet ook de eerste verdieping huren. De huurcommissie heeft ten onrechte de hogere door de besloten vennootschap Y betaalde huurprijs tot uitgangspunt genomen en heeft ten onrechte de onderhuurders als huurders van X aangemerkt. De onderhuurders worden alsnog in hun verzoek tot verlaging van de huurprijs in de rechtsverhouding tot de verhuurder X niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
