ECLI:NL:RBAMS:2014:5345
Rechtbank Amsterdam · 04-08-2014 · zaaknummer CV EXPL 13-29645
Inhoudsindicatie
Een groep werknemers procedeert tegen hun (oud)werkgever, omdat ze aanspraak menen te kunnen maken op een prepensioen, zoals dat geregeld is in een overgangsregeling, die deel uitmaakt van de CAO. De CAO 2005 bepaalt dat CAO-partijen de betreffende regeling in toekomstige CAO’s zullen herbevestigen. De kantonrechter overweegt dat de werknemers geen partij waren bij de CAO en dat daarom de bepaling van de CAO naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd: de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de gehele CAO (plus eventuele toelichting) is van doorslaggevende betekenis. Aan de hand van die uitleg wordt geoordeeld dat de oude overgangsregeling is vervallen en dat CAO-partijen (daarvoor in de plaats) een nieuwe overgangsregeling (die voor enkele werknemers minder gunstig uitpakt) zijn overeengekomen. De werknemers kunnen dus geen aanspraak maken op de rechten uit de oude overgangsregeling.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
