ECLI:NL:RBAMS:2014:5098
Rechtbank Amsterdam · 23-05-2014 · zaaknummer AWB-13_4703
Inhoudsindicatie
Onvoldoende ter inzage legging, gebrek gepasseerd met 6:22 Awb. Inhoudelijke beroepsgronden tegen omgevingsvergunning rangeerterrein Watergraafsmeer slagen niet. De digitale beschikbaarstelling van de stukken is onvoldoende om aan te merken als een ter inzage legging als bedoeld in artikel 3:11, eerste lid, van de Awb. Niet in geschil is dat de stukken zijn aan te merken als stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp van het te nemen besluit. Daaruit volgt dat sprake is van de schending van de rechtsregel, opgenomen in voornoemde bepaling. Met toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt deze schending gepasseerd. Mede gelet op de verklaring van eisers ter zitting is het niet aannemelijk dat zij door het de schending van artikel 3:11, eerste lid, van de Awb zijn benadeeld. Voorts is niet gebleken dat meer belanghebbenden hun zienswijze zouden hebben ingediend indien de rapporten ter inzage zouden zijn gelegen. Voorts slaagt de beroepsgrond van eisers ten aanzien van de onzorgvuldige voorbereiding van het besluit niet. Voorafgaande aan het bestreden besluit is akoestisch onderzoek verricht, waarin de geluidseffecten van het project zijn beschreven. Zoals is weergegeven in het bestreden besluit in het kader van beoordeling van de zienswijzen achtte verweerder het wenselijk dat er onderzoek naar eventuele noodzakelijke gevelmaatregelen zou worden verricht en heeft dit als voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden. Verweerder heeft in het kader van de beoordeling van de geluidshinder aansluiting mogen zoeken bij de normen vermeld in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Verweerder heeft het toestaan van de overschrijding van de richtwaarden in de Handreiking ten aanzien van meetpunten 1, 2, 10, 17, 23 en 27 in de nacht en meetpunt 23 in de dag voldoende gemotiveerd. Verder volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat lichthinder ten gevolge van de aangevraagde verandering voldoende wordt voorkomen. Eisers hebben daarentegen niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van (een toename van) directe lichtinstraling door de nieuwe lichtbronnen op licht doorlatende openingen van woon- of slaapvertrekken, in gevels of daken van woningen. Dat meer onderzoek nodig is, is dan ook niet aannemelijk geworden. Uit voorschrift 1A.2 (Spoorwegemplacementen) van de Regeling NIBM (luchtkwaliteitseisen) volgt dat spoorwegemplacementen worden aangewezen op grond van artikel 2, eerste lid, onder voorwaarde dat door de aanleg of uitbreiding daarvan of door een wijziging van de activiteiten op een spoorwegemplacement de toename van het aantal dieseltractie-uren niet meer bedraagt dan 7500 uur op jaarbasis. Zoals verweerder onbestreden heeft gesteld, wordt deze drempel niet overschreden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
