ECLI:NL:RBAMS:2014:5020
Rechtbank Amsterdam · 25-06-2014 · zaaknummer HA ZA 13-607
Inhoudsindicatie
Bevoegdheidsincident. Bevoegdheid dient in deze zaak te worden bepaald aan de hand van artikel 16 jo. 15 lid 1 sub c EEX-Vo. Als uitgangspunt bij de beoordeling van haar bevoegdheid stelt de rechtbank vast dat artikel 15 lid 1 sub c EEX-Vo tot doel heeft de consument, die economisch zwakker en juridisch minder ervaren wordt geacht dan zijn professionele contractspartij, te beschermen. De grens van bescherming van de consument ligt daar waar de professionele contractspartij redelijkerwijs niet hoefde te verwachten dat een buitenlandse rechter bevoegd zou zijn. Van bescherming op grond op grond van artikel 15 lid 1 sub c is sprake als vast komt te staan dat gedaagde commerciële activiteiten ontplooit in Nederland of haar commerciële activiteiten op Nederland richt. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde haar commerciële activiteiten op Nederland richt, zodat de rechtbank bevoegd is om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
