ECLI:NL:RBAMS:2014:3931
Rechtbank Amsterdam · 04-07-2014 · zaaknummer AWB-14_1716
Inhoudsindicatie
Eiser vraagt een toevoeging aan voor een ontnemingsprocedure volgend op een strafrechtelijke veroordeling. De rechtbank is van oordeel dat een verdragsconforme uitleg van artikel 6, derde lid, van het EVRM met zich meebrengt dat in dit bijzondere geval aan eiser geen rechtsbijstand geweigerd kan worden. Uit de brief van de officier van justitie van 22 januari 2014 blijkt dat in de ontnemingsprocedure van eiser een zevental verdachten, waaronder eiser, zullen worden gehoord. De ontnemingsvordering is gebaseerd op twee ijkpunten, te weten de periode van ontneming en de hoogte van de verdiensten per week. Deze ijkpunten worden door eiser betwist. Gezien de omvang van de vordering kan een wijziging van de omvang van de ijkpunten van substantiële betekenis zijn voor eiser. Volgens de officier van justitie is daarom bijstand van een raadsman gewenst. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank het belang van een behoorlijke rechtspleging gegeven. Voorts is niet in geschil dat op het vermogen van eiser van € 100.177,- boven het heffingsvrije vermogen beslag is gelegd door het Openbaar Ministerie. Tevens is niet in geschil dat de verlener van de uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand aanspraak zal maken op het bedrag dat eventueel aan eiser zal worden teruggegeven door het Openbaar Ministerie. Naar het oordeel van de rechtbank kan onder deze omstandigheden niet gezegd worden dat eiser kan beschikken over zijn vermogen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
