ECLI:NL:RBAMS:2014:2541
Rechtbank Amsterdam · 09-04-2014 · zaaknummer C/13/544982 / FA RK 13-4806
Inhoudsindicatie
Volgens het bepaalde in artikel 10:109 BW kan een buitenlandse adoptie-uitspraak alhier NIET worden erkend (via de rechter) indien de minderjarige zijn woonplaats in Nederland had ten tijde van de definitieve buitenlandse adoptie-uitspraak. In genoemde uitspraak heeft de rechtbank in een situatie, waarbij de minderjarige tijdens de definitieve Amerikaanse adoptie-uitspraak in Nederland reeds zijn feitelijke verblijf bij de adoptiefouders had, de Amerikaanse adoptie-uitspraak echter WEL erkend. De overwegingen die hieraan ten grondslag liggen zijn: 1) de doelstelling van de Wet Conflictenrecht Adoptie oud en de artikelen 10:108 en 109 BW nieuw : namelijk geen overbodige adoptieprocedures voeren indien een adoptiebeslissing in het buitenland tot stand is gekomen volgens de vereisten in de Wobka; 2) de conclusie dat hangende de adoptieprocedure in Amerika de gewone verblijfplaats van de minderjarige hangende de adoptieprocedure en de definitieve adoptiebeslissing in Amerika was gelegen, aangezien het feitelijke verblijf in Nederland bij de adoptiefouders gezien dient te worden als een voorlopige proefperiode.
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
