ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4265
Rechtbank Amsterdam · 18-01-2013 · zaaknummer AWB 12-171 WAJONG
Inhoudsindicatie
Afwijzing Wajong-uitkering. Rb.: Noch uit de tekst van de Wet Wajong noch uit de MvT bij deze wet (Kamerstukken 2008 – 2009, 31 780, nr. 3) noch uit enige andere regelgeving blijkt dat de wetgever de bedoeling heeft gehad om bij de beoordeling of de jonggehandicapte in staat is gebleven meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen, als bedoeld in art. 2:15, lid 1, aanhef en onder a, van de Wet Wajong, te breken met het in art. 2:5, lid 1 van de Wet Wajong vervatte uitgangspunt. De Rb. is daarom van oordeel dat de werkwijze van verweerder, waar bij laattijdige aanvragen in het kader van de Wet Wajong het verzekeringsgeneeskundig onderzoek achterwege wordt gelaten in het geval van enig arbeidsverleden, in strijd is met de wet. De Rb. overweegt dat voor een juiste beoordeling van het arbeidsverleden verzekeringsgeneeskundig onderzoek nodig kan zijn. De mogelijkheid bestaat immers dat betrokkene in het verleden tot schade van zijn gezondheid heeft gewerkt. Deze beoordeling dient op grond van art. 2:5, lid 1 van de Wet Wajong te worden gebaseerd op een onderzoek door de verzekeringsarts. Aan een arbeidsdeskundige kan een dergelijke beoordeling niet worden overgelaten. Ook bestaat de mogelijkheid dat de betrokkene weliswaar een substantiële periode (26 weken) heeft gewerkt, maar dat dit afwijkt van zijn gebruikelijke arbeidspatroon. Ook in dat geval moet de verzekeringsarts beoordelen of het voldoende aannemelijk is dat betrokkene in die periode normaal en/of naar tevredenheid van de werkgever heeft kunnen werken of dat er - gelet op de medische beperkingen - een andere reden zou kunnen bestaan voor het voortduren van de dienstbetrekking. Dit is een zelfstandige medische beoordeling die evenmin door een arbeidsdeskundige kan worden gedaan. De stelling van verweerder dat voor de in de werkinstructie opgenomen pragmatische en efficiënte benadering steun kan worden gevonden in de jurisprudentie van de CRvB (vgl. CRvB van 29 april 2008, LJN: BD1411) kan de Rb. niet volgen, alleen al omdat in geen enkele van de door verweerder aangehaalde uitspraken een medisch onderzoek door een verzekeringsarts achterwege is gebleven. Verweerder heeft dan ook ten onrechte afgezien van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
