ECLI:NL:RBAMS:2013:BY8619
Rechtbank Amsterdam · 10-01-2013 · zaaknummer 532726 / KG ZA 12-1762 Pee/EB
Inhoudsindicatie
Een bank, die bij de uitoefening van haar executierecht wegens betalingsachterstanden overgaat tot uitwinning van een verhypothekeerd pand waarin een minderjarig kind verblijft, handelt niet op grond van een bijzondere rechtspositie als bedoeld in artikel 3 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) jegens dat kind en treft ook geen maatregel als bedoeld in datzelfde artikel tegen dat kind. Het kind ondervindt het gevolg van het verzuim van de hypotheekdebiteur en het nalaten van de ouder (zelfverklaard huurder van het pand) om te voorzien in andere woonruimte. De verantwoordelijkheden voor de huisvesting van het kind liggen niet in de eerste plaats bij de bank, ook niet bij de rechter die dient te oordelen over een gevraagd verlof tot executie of over een verbod tot ontruiming, maar die verantwoordelijkheid ligt eerstens en vooral bij de ouders van het kind. Indien de ouder het kind als schild gebruikt in het debat met de bank, zal de consequentie niet moeten zijn dat de bank verder wordt belemmerd in de uitoefening van haar bevoegdheid tot executie, maar zal op grond van het IVRK een maatregel door het bevoegde gezag dienen te worden genomen om het kind de bescherming te bieden die de ouder het niet kan of wil geven.
Rechters
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
