Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2013:9891

Rechtbank Amsterdam · 18-12-2013 · zaaknummer HA ZA 13-311

Civiel rechtGepubliceerd 28-08-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Ongevallenverzekering. Toepassing van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Zie eindvonnis ECLI:NL:RBAMS:2014:5421). De rechtbank is van oordeel dat het schorsingsbeding dat is opgenomen in de algemene voorwaarden in strijd is met een dwingende wetsbepaling zodat dit beding op de voet van artikel 3:40, lid 2 BW vernietigbaar is en ook overigens jegens eiser als een onredelijk bezwarend beding als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW heeft te gelden. Met dit beding wordt immers afbreuk gedaan aan de door de wetgever jegens consumenten noodzakelijk geachte bescherming tegen bepalingen krachtens welke het enkele feit van wanbetaling van de premie alle aanspraak op vergoeding verloren doet gaan. Door in strijd met de wet in haar algemene voorwaarden op te nemen dat voor schorsing van de dekking geen ingebrekestelling door assuradeuren is vereist, heeft de verzekeraar zichzelf een ruimere schorsingsbevoegdheid toegekend en aldus in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voorvloeiende verplichtingen ten nadele van de verzekeringnemer aanzienlijk verstoord. Het bepaalde in de algemene voorwaarden moet om die reden jegens de verzekeringnemer worden aangemerkt als oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn en dus als een onredelijk bezwarend beding als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW. Richtlijnconforme uitleg van artikel 6:233 sub a BW brengt met zich dat, wanneer is vastgesteld dat sprake is van een oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn, het beding moet worden vernietigd (zie ECLI:NL:HR:2013:691). Daarbij bestaat geen ruimte de inhoud van het oneerlijk geoordeelde beding te herzien in die zin dat het slechts wordt vernietigd voor zover daarin van de in artikel 7:934 BW genoemde termijn van 14 dagen is afgeweken, omdat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de afschrikwekkende werking van de sanctie van niet-toepassing van het beding en het in artikel 7 lid 1 van de Richtlijn geformuleerde doel om een einde te maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in overeenkomsten met consumenten (vergelijk: HvJEU 30 mei 2013, C-488/11). Richtlijn conforme uitleg van artikel 6:233 onder a BW en de daaraan in het onderhavige geval te verbinden gevolgen is tussen partijen nog geen (voldoende) onderwerp van debat geweest. In het kader van hoor en wederhoor zal de rechtbank daarom partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.