ECLI:NL:RBAMS:2013:9563
Rechtbank Amsterdam · 31-12-2013 · zaaknummer AMS 13-3454
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht en dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. De rechtbank deelt niet het standpunt van verweerder dat eiser niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenplicht doordat hij zou hebben opgegeven te verblijven op het adres van een vriend, terwijl na onderzoek is gebleken dat eiser daar niet slaapt maar overal en nergens. Eiser heeft gedurende de aanvraagprocedure steeds aangegeven dat hij dakloos is en af en toe bij een vriend slaapt. Indien verweerder van mening was dat eiser door zijn verblijf op het adres van de vriend niet als dakloze kon worden aangemerkt, had het op zijn weg gelegen om te controleren of eiser daar daadwerkelijk bestendig verblijf had. Nu verweerder dat heeft nagelaten, kan niet meer worden vastgesteld of eiser bestendig verblijf had op dat adres. Uit de door eiser verstrekte informatie en de verklaring van de vriend blijkt dat eiser maar kort bij hem heeft verbleven. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat eiser recht heeft op bijstand over de periode van 9 december 2012 tot en met 17 maart 2013 naar de norm voor een dakloze. Verweerder heeft de vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase gematigd met 50% omdat eiser gedeeltelijk in het gelijk is gesteld. De rechtbank oordeelt echter dat voor een vermindering van het bedrag aan proceskostenvergoeding op grond van artikel 2, tweede lid, van het Bpb niet beslissend is of eiser gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, maar of eiser op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk is gesteld. Nu verweerder in het bestreden besluit alsnog bijstand heeft toegekend, ook al is dat per een latere datum dan de aanvraag, is eiser niet op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk is gesteld. Verweerder heeft daarom ten onrechte geen volledige proceskostenvergoeding van € 944,- toegekend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
