ECLI:NL:RBAMS:2013:9399
Rechtbank Amsterdam · 23-12-2013 · zaaknummer AWB-13_682
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat verweerder het bezwaarschrift van betrokkene tegen de herziening en terugvordering van studiefinanciering terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het te laat is ingediend. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres heeft ingestemd met digitale bekendmaking en dat het besluit tot herziening en terugvordering door middel van plaatsing op “Mijn DUO” op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Er is geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het besluit tot herziening en terugvordering van de studiefinanciering is weliswaar in rechte onaantastbaar geworden, maar dat betekent niet dat ook de feiten die verweerder daaraan ten grondslag heeft gelegd als vaststaand moeten worden aangenomen. In het kader van de oplegging van de boete kan eiseres die feiten in volle omvang betwisten. Verweerder heeft zich op grond van de bevindingen van het huisbezoek terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet woonde op het adres waaronder zij in de GBA stond ingeschreven, zodat zij geen recht had op een uitwonendenbeurs. De rechtbank acht de boete van 50% van het teruggevorderde bedrag in lijn met de Memorie van Toelichting (MvT) bij artikel 9.9 van de Wsf 2000. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete in dit geval rechtvaardigen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
