ECLI:NL:RBAMS:2013:9049
Rechtbank Amsterdam · 15-11-2013 · zaaknummer HA RK 361.2013
Inhoudsindicatie
Ter zitting van 6 november 2013 is, nadat de rechter algemene uitleg had gegeven en met de eerste zaak wilde beginnen, begon plots een persoon (die naderhand verzoeker bleek te zijn) door de zaal te roepen: ‘Ik ga nu drie keer zeggen dat ik de rechter wraak: ik wraak de rechter, ik wraak de rechter, ik wraak de rechter!’. De rechtbank overweegt dat uit de wet en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen. Het onderhavige verzoek bevat die feiten of omstandigheden niet; er zijn geen feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de politierechter volgt, aangevoerd. Blijkens het proces-verbaal heeft de kantonrechter verzoeker nog gevraagd naar de redenen voor zijn wrakingsverzoek, maar heeft hij daar niet op geantwoord. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
