ECLI:NL:RBAMS:2013:9043
Rechtbank Amsterdam · 21-11-2013 · zaaknummer HA RK 13-328
Inhoudsindicatie
Aan het wrakingsverzoek wordt – kort weergegeven – ten grondslag gelegd dat de rechter, zo blijkt uit de brief van 25 september 2013, ten onrechte stelt tijdens een comparitie met partijen te hebben afgesproken dat een descente wordt ingelast waarbij partijen overeenstemming zouden kunnen bereiken over (een deel van) het geschil. Deze opvatting strookt niet met de aantekeningen van de griffier van de comparitie. Als tweede grond voeren verzoekers aan dat blijkens voormelde brief de rechter ten onrechte van mening is dat verzoekers bij de rolzitting van 11 maart 2013 niet in de gelegenheid waren gesteld akte te nemen. Ter onderbouwing van deze wrakingsgrond wijzen verzoekers op een brief van de rechtbank waarin de rechter bepaalt dat partijen ter rolzitting van 11 maart 2013 nog uitsluitend op elkaars bijlagen mogen reageren. De brief van 25 september 2013 getuigt van een vooringenomen standpunt van de rechter over het verdere verloop van de procedure en mogelijk ook over de akten van verzoekers. De rechter wekt de schijn geen belang te hechten aan de op 12 februari 2013 gemaakte afspraken, aldus verzoekers. De rechtbank overweegt dat naar vaste jurisprudentie procesbeslissingen van een rechter – behoudens uitzonderlijke omstandigheden – in zijn algemeenheid geen grond vormen voor het oordeel dat een rechter vooringenomen is jegens een procespartij. De rechtbank heeft in het onderhavige geval geen aanknopingspunten gevonden dergelijke uitzonderlijke omstandigheden aan te nemen. Bij iedere terechtzitting in civiele zaken behoort het mede tot de algemene taak- en doelstelling van de rechter, te onderzoeken of op punten overeenstemming tussen partijen is te bereiken. Dat die taak- en doelstelling niet strookt met hetgeen volgens de niet nader uitgewerkte zittingsaantekeningen is besproken ter comparitie van 6 september 2013 levert naar het oordeel van de rechtbank geenszins een omstandigheid op waardoor geoordeeld kan worden dat de rechter jegens verzoekers vooringenomen is of dat de vrees daartoe objectief gerechtvaardigd is. Het verzoek wordt afgewezen met toepassing van de anti-misbruik bepaling.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
