ECLI:NL:RBAMS:2013:8641
Rechtbank Amsterdam · 18-12-2013 · zaaknummer HA ZA 13-499
Inhoudsindicatie
Artikel 21 lid 2 IW 1990 heeft alleen betrekking op de verhouding tussen préfaillissementsvorderingen onderling, alsmede op boedelvorderingen onderling. Dit artikel geldt dus niet voor de verhouding tussen het fiscale voorrecht terzake van een préfaillissementsvordering enerzijds en een door een stil pandrecht op bodemzaken gesecureerde boedelvordering anderzijds. Derhalve geldt in dit geval (waarin de pandhouder zijn recht uitoefent voor een ná faillissement ontstane boedelvordering) de hoofdregel dat pand boven voorrecht gaat (artikel 3:279 BW). Curator kan dus niet op grond van artikel 57 lid 3 Fw de executieopbrengst opvorderen van de pandhouder.
Rechters
Advocaten
- A.L.S. Verhoog
- S.M. van der Zwan
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
