ECLI:NL:RBAMS:2013:6534
Rechtbank Amsterdam · 19-09-2013 · zaaknummer AMS 12-4099
Inhoudsindicatie
Ghanese moeder met inwonende, minderjarige Nederlandse zoon. Weigering bijstandsuitkering. Rechtstreeks verblijfsrecht? Arresten Zambrano en Dereci. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 augustus 2013. Rol IND. Opdracht tot nieuw besluit, onder het treffen van een voorlopige voorziening. In zijn uitspraak van 9 augustus 2013 heeft de Afdeling geoordeeld dat in een Zambrano/Dereci-situatie sprake is van een verblijfsrecht van rechtswege. De Afdeling heeft daarin het oordeel van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2012 gevolgd. Daaraan heeft de Afdeling toegevoegd, dat het dan naar nationaal recht gaat om een verblijfsrecht als bedoeld onder artikel 8, eerste lid, aanhef en onder e van de Vw 2000. Een vreemdeling die in het bezit is van een dergelijke verblijfstitel, heeft - indien de overige omstandigheden dat rechtvaardigen - recht op een WWB-uitkering naar de norm van een alleenstaande ouder. Het door verweerder al dan niet erkennen van het verblijfsrecht in een geval waarin feitelijk sprake is van een Zambrano/Dereci-situatie, zou dan tot een verschil in aanspraken leiden waarvoor juridisch geen rechtvaardiging is gegeven. Onder die omstandigheden kon en kan verweerder niet in het midden laten of sprake is van een verblijfsrecht of niet. In de Koppelingswet is vastgelegd dat de aanspraken op uitkeringen de vreemdelingrechtelijke status volgen. Die status wordt niet vastgelegd door verweerder, maar door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, c.q. de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In dat licht is begrijpelijk dat verweerder niet op eigen gezag heeft willen concluderen tot een verblijfsrecht van rechtswege voor eiseres. Verweerder had dan echter de aanvraag van eiseres niet mogen afwijzen zonder voorafgaand contact met de IND. Van de zijde van eiseres is ter zitting met nadruk gewezen op de moeilijke financiële positie van eiseres. Gelet daarop, en gegeven de vernietiging van het bestreden besluit, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid van de Awb gebruik te maken van haar bevoegdheid tot het treffen van een voorlopige voorziening, bestaande uit continuering van de op 8 mei 2013 tussen partijen overeengekomen regeling, waarbij eiseres in aanmerking is gebracht voor een aanvullende uitkering, zodanig dat het totale door verweerder te verschaffen gezinsinkomen het bedrag van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder is, ook op en na 22 augustus 2013 tot zes weken nadat verweerder een nieuw besluit op het bezwaar heeft genomen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
