ECLI:NL:RBAMS:2013:6472
Rechtbank Amsterdam · 02-10-2013 · zaaknummer 13/4680
Inhoudsindicatie
Het besluit van de burgemeester van Amsterdam om de exploitatievergunning voor [naam]niet te verlengen, de Drank- en Horecawet (DHW)-vergunning voor het [bedrijf] in te trekken en het [bedrijf] tot sluiting te dwingen, wordt niet geschorst. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald. De exploitant had om schorsing van het besluit gevraagd tot de burgemeester op zijn bezwaar daartegen heeft beslist. De burgemeester heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat ernstig gevaar bestaat dat het [bedrijf] zal worden gebruikt om geld wit te wassen en om strafbare feiten te plegen. Hij acht aannemelijk dat de exploitant destijds opzetheling heeft gepleegd en, net als zijn veroordeelde broer, heeft deelgenomen aan een criminele (drugs)organisatie. De voorzieningenrechter heeft de onderbouwing van de burgemeester en het daaraan ten grondslag gelegde onderzoek vooralsnog toereikend geacht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
