ECLI:NL:RBAMS:2013:4756
Rechtbank Amsterdam · 24-04-2013 · zaaknummer 356676 / HA ZA 06-3761 en 440591 / HA ZA 09-3321 en 397199 / HA ZA 08-1288
Inhoudsindicatie
Fraude ten nadele van een B.V. door een groep van personen, van wie een van de bestuurders van de B.V. de spil was. De fraude bestond er onder meer in dat aannemers van de B.V. hun facturen aan de B.V. in overleg met de betrokken bestuurder ophoogden en het bedrag van de ophoging vervolgens tussen henzelf en de bestuurder verdeelden. Bestuurder aansprakelijk tegenover de B.V. uit hoofde van artikel 2:9 BW en uit hoofde van onrechtmatige daad (vgl. HR 2 maart 2007, LJN: AZ 3535); de aannemers en enkele andere betrokkenen, onder wie de echtgenote van de bestuurder alsmede zijn boekhouder, aansprakelijk uit hoofde van art. 6:166 BW. De rechtbank onderscheidt verschillende groepen in de zin van deze bepaling, omdat sprake was van drie gescheiden circuits. Van een verbinding tussen deze circuits is niet gebleken en er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling dat de deelnemers aan het ene circuit (de bestuurder, zijn echtgenote en de boekhouder uitgezonderd) wisten van een soortgelijke fraude die de bestuurder in samenwerking met andere aannemers van de B.V. pleegde. Voor de toepasselijkheid van artikel 6:166 BW is vereist dat er bij de leden van de groep enig bewustzijn bestaat van de omvang van de groep: ieder lid moet zich er globaal van bewust zijn geweest dat hij tezamen met anderen betrokken was bij de gedragingen in groepsverband. Eventuele tekortkomingen in het toezicht op de bestuurder leveren in casu geen eigen schuld van de B.V. (als bedoeld in art. 6:101 lid 1 BW) op, omdat de betrokkenen willens en wetens hebben geprofiteerd van het gebrek aan loyaliteit van de bestuurder tegenover de B.V. en actief hebben bijgedragen aan het verhullen van de fraude. Werknemer van de financiële afdeling van de B.V. niet aansprakelijk: onvoldoende gesteld om diens opzet of bewuste roekeloosheid aan te nemen; met name heeft de B.V. niet gesteld dat de werknemer geacht werd, voordat hij betalingen fiatteerde, de verschuldigdheid daarvan te verifiëren (ook als de bestuurder de betaling al had geverifieerd), noch dat hij beschikte over gegevens die hem daartoe in staat stelden. In casu geen wijziging van de grondslag van de eis die zich niet verdraagt met art. 29 Fw.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
